
De afgelopen dagen las ik het boek(je) Wandelen: een filosofische gids, van Fréderic Gros. Soms draaft de schrijver een beetje door maar over het algemeen is het erg fijn leesvoer. Wandelen biedt volgens Gros een mogelijkheid om zowel het plezier als vreugde te ervaren. Deze twee zijn nadrukkelijk niet hetzelfde volgens de schrijver. Hardlopers (en dan doel ik niet op de verlepte joggers in het park) lijken volgens mij wel op wandelaars. Wij dwalen door de wereld, hebben geen haast, willen niet de per se de eerste zijn, trainen niet voor ons uiterlijk of een betere conditie. De langeafstandsloper loopt omdat hij dat nou eenmaal doet. Dat we daardoor een flinke conditie opbouwen en er gewoon hartstikke lekker uitzien is mooi, maar bijzaak.
Oh ja… plezier en vreugde.. daar had ik het over.
Volgens Gros is plezier een gevoel dat tot stand komt door de ontmoeting met een lichaam, een element of een stof”. Plezier komt dus volgens hem van buitenaf. Een rottig kenmerk van plezier is dat dit bij iedere ontmoeting, bij iedere herhaling afneemt. Herhaling maakt alles vlak. De film, het liedje, het lekkere eten, de paden waarover je loopt.
Vreugde is heel iets anders, minder intens weliswaar, maar wel vollediger. Vreugde is verbonden met activiteit. Vreugde kan niet bestaan zonder haar tegenpool, droefheid. Droefheid treedt op wanneer iets niet lukt, wanneer je iedere keer faalt, wanneer elke poging tot niets leidt. Maar uiteindelijk naar veel doorzetten krijg je veel dingen toch onder de knie. En zo lukte het mij om naar 7 maanden hersteltraining steeds beter om pijnvrij te lopen. Ik kan steeds vaker zowel langer als intensiever trainen. Vreugde komt volgens Gros voort uit activiteit, met gemakt iets uitvoeren wat moeilijk is en wat tijd heeft gekost. Want vreugde, zo betoogt Gros, bevestigt je lichamelijke en geestelijke vermogens.
Omdat het trainen steeds beter gaat vond ik het tijd om weer eens een wedstrijd te lopen en daarom stond ik zaterdag met zo’n 300 anderen aan de start van een 10 kilometer. Al vind ik deze afstand stiekem te kort voor een wedstrijd (je weet precies wat je kunt lopen, je bent nauwelijks afhankelijk van anderen om een goede tijd neer te zetten etc.) ik had er echt onwijs veel zin in. Uiteindelijk kwam ik als 19e over de streep, heel ver achter de winnaar en ik zou ook ver achter de Wesley van voor z’n knieblessure zijn geëindigd. Maar wie er niet is kun je niet verslaan en dus voelt dit als een enorme overwinning en een bevestiging dat ik mezelf toch echt weer als hardloper kan beschouwen. Vreugde is niet zozeer de overwinning, het behaalde resultaat, immers ik wist al van tevoren akelig precies wat ik wel en niet zou kunnen lopen. Nee, vreugde is, zoals Gros opmerkt, ‘het teken van een energie die met gemak wordt aangewend, er is geen belemmering, alles loopt vlot… Vreugde van het lichaam wanneer het zonder moeite functioneert. Dat is de reden dat vreugde, in tegenstelling tot plezier, toeneemt met de herhaling, rijker wordt’.
2 fotootjes van de wedstrijd.

